Herinneren en eren op het Han Stijkelplein

Bijzondere buurtbewoner Duttendel houdt herinnering aan het verzet levendig

De heer Philip Willem (Pim) Osieck is uit het jaar 1924 en een van de eerste bewoners van de verzetsheldenbuurt in Duttendel Den Haag, in 1959. Een bijzondere trotse bejaarde man met hart en respect voor de geschiedenis van de wijk en verzetshelden in het bijzonder.
Hij ondersteunt de actie ‘Handen Ineen’ van de wijkvereniging zeer genereus. Deze actie moet de renovatie van het Han Stijkelplein financieel mogelijk maken om zodoende ‘de herinnering levendig te houden en de vrijheid te vieren’. Een geanimeerd gesprek met een man die naar eigen zeggen ‘veel heeft gezien en meegemaakt’. We tekenen een bijzondere levensloop op van iemand die altijd in dienst stond van Koningin, volk en vaderland.

Door: Frank Wetters

Koninklijke Marine

Pim Osieck wordt geboren in 1924 in het Zwitserse Zürich waar zijn vader jarenlang in diplomatieke dienst is, als Honorair Consul Generaal. Hij doet zijn federale staatsexamen aldaar in 1942 en is van plan te gaan studeren. Tot hij op zijn 18e verjaardag door zijn vader ‘in de houding’ wordt geroepen en gesommeerd onder de wapenen te gaan. De Tweede Wereldoorlog is dan in volle gang. Na diverse omzwervingen en inlichtingenwerk in Zwitserland reist Osieck via corridors in bezet gebied, via het inmiddels bevrijde Parijs naar Engeland. Hij gaat een vrijwillige verbintenis aan bij de Zeemacht als telegrafist maar start in begin 1945 de officiersopleiding in Engeland. In dat zelfde jaar vetrekt hij met de SS Nieuw Amsterdam richting De Oost, waar hij in eerste instantie terecht komt in Malakka. De daarop volgende jaren werkt hij in Oost-Indië in Tandjong Priok, het toenmalige Batavia. ‘Ik heb daar veel gezien en meegemaakt’, aldus Osieck en vervolgt:

‘Graag wil ik een groot historisch misverstand uit de wereld helpen. Het Koninkrijk der Nederlanden was in oorlog van mei 1940 (inval Nazi-Duitsland) tot en met 15 augustus 1945 (Japanse capitulatie) en alleen de rijksdelen Suriname en de toenmalige Nederlandse Antillen waren niet bezet. Dit is een groot misverstand in de geschiedenisboeken, want ook de Zuidkust van het toenmalige Nederlands Nieuw Guinea was niet door de Japanners bezet, wel de Noordkust. De gehele oorlog was dit gebied, Merauke e.o., onder het bewind van het Binnenlands Bestuur en wapperde onze driekleur.’

In 1949 komt Osieck terecht bij het Koninklijk Instituut voor de Marine in Den Helder; hij heeft dan inmiddels de functie van Officier van Dienst en is tevens Divisiechef. Osieck maakt een snelle carrière bij de Marine in diverse functies en met diverse plaatsingen op schepen, alle volgen elkaar in de jaren vijftig snel op. Onder meer in Singapore, Nieuw-Guinea en Boston.

Nog later komt hij naar Nederland en komt terecht in Hilversum, Den Haag en tot slot in Amsterdam, waar hij als tot zijn pensioen in 1974 belast was met de functie van commandant van de Marine Kazerne Amsterdam en tevens commandant maritieme Middelen IJmond. In zijn lange carrière bij de Marine, was hij in 1970 geplaatst bij het Militaire Huis van Hare Majesteit de Koningin, belast met de functie van adjudant in gewone dienst van Hare Majesteit de Koningin en later en tot op heden in buitengewone dienst.

Koninklijk Huis

‘In 1974 ging ik bij de Marine met pensioen en werd vlak daarvoor bij de Grootmeester van het Koninklijk Huis geroepen met het verzoek zijn assistent te worden. Kort erna volgde ik hem op als Opperceremoniemeester’, praat Osieck verder.

Hij maakte ook daar snel carrière en was ook Ceremoniemeester toen Koningin Beatrix werd ingehuldigd als de nieuwe vorstin. Hij begeleidde haar toen ook op haar eerste staatsbezoeken. Hij zwaaide af als Griffier Kanselarij van de Huisorde. Dat was in 1994.

Rotary

‘Ik kon mijn internationale ervaring en relaties goed gebruiken toen ik daarna me ging inzetten voor de Rotary, waar ik Gouverneur werd met als discipline internationale zaken. Ik organiseerde konvooien en transporten naar Oost-Europa dat na ‘die Wende’ veel hulp nodig had. Ook deed ik conventies in de Verenigde Staten en Zwitserland. Mijn talenkennis heeft me ook altijd goed geholpen bij mijn werkzaamheden en carrière. Tot op heden ben ik lid van de Haagse Rotary waar ik nog wekelijks kom. En ik ben ook nog steeds fervent sigarenroker’, zegt Osieck lachend.

Han Stijkelplein

‘Ik ondersteun heel graag de renovatie van het Han Stijkelplein. Niet alleen om de ‘kale boel’ tegen te gaan maar juist ook om plek te creëren waar het verzet kan worden herdacht en de vrijheid kan worden gevierd. De wijkvereniging heeft ook het idee om dit nu jaarlijks op 4 mei op het Han Stijkelplein te doen. We – en hij wijst ook op zijn vrouw – hebben een oorlogsverleden en zijn veel vrienden verloren. Ik wil in dat verband ook wijzen op twee andere bijzondere gedenkplaatsen waar mijns inziens veel te weinig aandacht in media en in opinie aan wordt besteed. Nota bene, hier aan de overkant van de weg, in de Scheveningse gevangenis is de zogenaamde ‘dodencel’ waar verzetshelden verbleven voordat zij op de Waalsdorpervlakte werden gefusilleerd. De bijnaam van de gevangenis was toen het Oranjehotel. Wat zou het mooi zijn gedenkplaats op het Han Stijkelplein hiermee een verbintenis zou krijgen en bijvoorbeeld een gezamenlijk bezoek mogelijk zou zijn. Ook wijs ik nog op een gedenkplaats van zes gesneuvelde fuseliers Marins Français du Commando Trépel bij de Wassenaarse Slag die in 1944 om het leven kwamen’, aldus de bewogen buurtbewoner.

« terug naar homepage